guusje's verhalen

150 jaar kortland de keuken links gastenboek foto's verhalen column home

Naar buiten

Naar buiten, maart 2001

Guusje is nu alweer een half jaar bij ons in huis. Het is een echte drukteschopper, zit overal op of in, iets wat ik niet altijd zo kan waarderen. Het ging zelfs zover dat de boekenkasten beklommen werden met alle gevolgen vandien.

Stel je eens voor, ik lig 's avonds, na een drukke dag, gezellig met mijn vrouw Inge op bed naar de televisie te kijken, met een drankje en een nootje, en Guusje loopt in de kamer van alles uit te halen. Plotseling klink er glasgerinkel.
Als je poezen gewend ben zet je de meest delicate spullen, waarvan de meeste nog breekbaar zijn ook, op een veilige hoogte. We hebben al heel wat poezen en katers gehad en deze werkwijze werkte uitstekend. Maar met onze Guus dus niet.

We hadden, voor de kerstdagen verleden jaar, twee roodglazen waterkandelaars gekocht. Deze fragile kandelaars had ik voor de veiligheid, voor Guusje en voor de kandelaars zelf, boven op de boekenkast gezet.
Wel, we hebben nu dus nog één fragile roodglazen waterkandelaar over, en die staat nu ook niet meer op, maar in de kast.

Aangezien Guusje nog niet buiten in de tuin kwam, op die ene keer na dat ze door het openstaande raampje van onze, op de begane grond gelegen, badkamer was ontsnapt, was nu de tijd aangebroken dat ze iets meer van de wijde wereld zou moeten gaan verkennen. Met andere woorden, het huis was voor ons Guusje wat aan de krappe kant geworden om zich volledig te kunnen ontwikkelen.
Dit is best wel spannend, want je ziet in gedachten allerlei rampen met onze kleine poes zich afspelen. Een kat heeft weleenswaar negen levens, maar toch.
Daar ging onze kleine meid op een maandagochtend, op ontdekkingstocht de tuin in. Ik had nog van alles door te nemen en nam plaats op mijn heerlijke relaxfauteuil bij het raam in de woonkamer. Na een klein kwartiertje vlogen er allerlei vogels rondom ons huis. Kraaien, eksters en zelfs meeuwen.
Wij hebben een denneboom, een grove den om precies te zijn, aan de zijkant van ons huis staan. Hij steekt zeker al een anderhalve meter boven de nok van ons dak uit.
De al genoemde vogels vlogen, al krijsend en schreeuwend, rondom deze boom, en mijn aandacht werd er door gewekt.
Wat zal daar nu aan de hand zijn, vroeg ik mij af. Plotseling schoot mij maar één ding door mijn hoofd, Guusje.
En jawel hoor, toen ik ging kijken in de tuin zag ik het al. Op de zelfde hoogte als de dakgoot zag ik Guusje in de boom zitten, van de één op de andere tak springend.
Ik riep nog: Guusje, Guusje, maar dat resulteerde in niets. Ik maakte zelfs geen indruk op de wild heen en weer vliegende vogels.
Geef het maar op man, zei ik tegen mij zelf, en ben maar weer naar binnen gegaan.
Na een minuut of tien verstomde het lawaai en Guusje kwam met een dikke staart naar binnen.
De strijd was gestreden, de boom was weer heroverd tot een rustig vogelparadijs.
Tot nu toe heeft Guusje zich niet meer in de boom gewaagd, ach er valt op de grond al genoeg te ontdekken...

Mei 2001

Mei 2001

Guusje gaat nu uiteraard dagelijks naar buiten en ze vind het prachtig. De grove den in onze kleine tuin heeft ze weer heroverd op de vogels, en vaak doet deze boom dienst als vluchtboom.
Zo kennen we voor mensen de vluchtheuvel en voor de poezen de vluchtboom.

Een aardige buurvrouw enkele huizen verderop heeft een hond, zo'n groot donker ding die poezen niet kan uitstaan. Als dit vervaarlijk uitziend monster een poes of iets gelijkwaardigs ziet, rent het onnozele dier er met een bloedgang achteraan, poezen slaan dan op de vlucht, zo ook onze Guusje.
Zij klimt dan zonder enige aarzeling de vluchtboom in en kijkt dan op veilige hoogte naar het onbehouwen beest daar beneden. Voor de hond is dan de aardigheid eraf en hij loopt dan weer rustig naar zijn huis. Na een poosje klimt ons Guusje dan weer uit de boom iets wat voor een poes niet zo eenvoudig is.
Als een mens een boom in klimt gaat hij op de zelfde manier er weer uit, met de benen naar beneden. Een poes niet, zij of hij klimt met de kop naar beneden er weer uit, althans probeert dat. Dan komt de poes er achter dat zo'n boom wel erg hoog is.
Het arme dier raakt in twijfel, angstig klimt het van tak naar tak naar beneden.
Als de takken dan zijn opgehouden glijdt de poes met uitgestoken nagels een weinig naar onderen en springt poesmoedig de overgebleven afstand naar beneden.

Omdat Guusje bij ons een veilig onderkomen heeft, vond ze het nodig dit te belonen.
Het was vrijdagmorgen dat ik de tuindeur voor haar open deed om haar binnen te laten.
Voor de deur lag een klein uit het nest gevallen, of wellicht gegooid, vogeltje.
Ik zei nog 'Guus dit hoef je nu echt niet voor mij te doen', en raapte het dode vogeltje op om het in de pedaalemmer te laten verdwijnen. De volgende dag bleek dat Guusje mijn dankbaarheid voor het kleinnood maar matig waardeerde.
Toen Inge, op zaterdagmorgen de tuindeur opende, zag ze Guusje spelen met een heuse dode spreeuw. Gatver, zei Inge en riep naar mij, Jan ze heeft weer een cadeautje voor je meegebracht, wil je het alsjeblieft even opruimen. Dit keer toonde ik mijn dankbaarheid in de hoop dat het bij deze ene vogel voorlopig zal blijven.

Poes komt nog altijd regelmatig langs. Ze loopt nu zelfs al de kamer en de aangrenzende slaapkamer binnen met Guusje achter haar aan. Ze kijkt wat rond totdat Guusje het welletjes vindt, die deelt een paar tikken uit, zoals poezen dat zo goed kunnen, en beide rennen dan weer door de keuken naar buiten.

Het is nu een prachtige lentedag, de zon schijnt volop. Guusje komt naar binnen gelopen en ploft op de plavuizenvloer neer.
Ze kijkt me aan met een blik van, baas wat is het heet.
Ja, Guus en de zomer moet nog komen.

Poes

Poes

Daar is ze weer en ik weet niet hoe of zij heet, dus noemen we haar Poes. Poes is momenteel de vriendin, voor zolang het duurt, van ons Guusje. Poes is zwart met een witte bef en buik en ze heeft van die witte sokjes aan. Iedere dag komt ze langs, om te kijken of Guusje buiten in de tuin is.
Eerst kijken ze elkaar aan en dan gaan beide de tuin uit, wat ze samen doen en waar ze naar toe gaan is mij niet bekend. Poes is nu weer in onze tuin en ik ben in de keuken bezig het avondmaal te bereiden. De buitendeur staat een iets, zo'n 15 cm., open en Poes kijkt om het hoekje van de deur naar binnen. Ze kijkt mij met van die hele grote verbaasde ogen aan.
Poes kijkt altijd, altijd kijkt Poes, wat zal daar in dat zwarte koppie omgaan.
Als ik even in de lentezon in de tuin zit en Poes springt over het hekje, kijkt ze me weer met die grote ogen aan en denkt, ojee, hij zit in de tuin en weg is ze weer.
Dit overkomt mij ook wel eens met andere poezen, de poes van de overburen, een Pers, sprong ook over het hekje. Ik schijn niet erg op te vallen als ik in de tuin zit.
Eerst springen, dan kijken om vervolgens weer over het hekje de tuin te verlaten.
Dit alles komt door onze Guusje, die kennelijk de nieuwsgierigheid van de buurtpoezen oproept.

 

's Avonds is Poes er ook, dan zit ze op de vuil- of gft container, die in de tuin onder het keukenraam staan.
En je raadt het al, ze kijkt.
Ze kijkt naar binnen, en als je terug kijkt, went ze haar blik af en staart in het oneindige. Op de momenten dat de buitendeur van de keuken open staat en ik niet in de keuken aanwezig ben, komt Poes voorzichtig binnen om wat brokjes van Guusje te nuttigen. Alles wat je stiekem eet smaakt natuurlijk veel lekkerder.
Poes zal zo wel weer langs komen om ons te bekijken.
Welnu Poes, je bent altijd welkom.

Tootsie en Meis

juni 2001

Guusje zit buiten en komt alleen binnen om te eten, te slapen en als ze van mij binnen moet komen. Natuurlijk, het is voor poezenbegrippen best lekker weer buiten, zo in juni, niet te warm en niet te koud. Het heeft echter een andere reden dat onze Guusje liever buiten zit.

Tootsie en Meis! Tootsie en Meis zijn poezen die sinds een goeie week bij ons zijn komen wonen.

Ik zal ze even aan jullie voorstellen, daar hebben we als eerste Amerrykoon Tootsie.
Zij komt uit Amerika en is twee jaar oud, echt een scheet van een poes, ze is lief en erg aanhankelijk. Tootsie is een Maine Coon (Amerikaanse boskat) en heeft bij de fokker al twee nestjes met kittens gekregen. Om het ras zuiver te houden zit haar taak er bij de fokker op, en zodoende woont ze nu bij ons thuis, hetgeen we heel plezierig vinden.

tootsie


En dan hebben we kleuter Sweet Honey, die wij Meis noemen, omdat Sweety niet lekker klinkt. Meis is eveneens een Maine Coon van een half jaar oud, een echte boef, zoals dat bij die leeftijd hoort, maar ook zij is heel lief, een echte knuffelaar. Vanochtend zat Meis op de vensterbank in de woonkamer, ik mag wel zeggen, te pronken. Ja, onze buurtjes zullen wel denken.

meis

Tootsie, ook wel Tante Toetie genoemd, verstaat de kunst om in het niets te verdwijnen, terwijl ze alleen op onze benedenverdieping mag komen.
In het begin zochten we naar haar, maar tegen het eind van de middag komt ze vanzelf weer te voorschijn, zodat we onze zoektocht nu maar laten.
Ondanks dat Tootsie beslist niet klein is, en ze moet nog zelfs een stukje groter worden, weet ze zich heel klein te maken, waardoor ze zich in kleine hoekjes kan ophouden.

Guusje vind het maar zo, zo, maar het begint al te wennen.
Toots en Meis moeten ook aan onze manieren wennen, één van die manieren is dat wij 's nachts slapen, zo ook onze Guus, zij beide daarintegen vonden het zeer amusant om midden in de nacht te gaan spelen. Guusje was daar wakker van geworden en dacht, kom ik doe mee, en zo renden drie poesen door het benedenhuis.
Over de bank en de stoelen van de woonkamer en natuurlijk ook over ons bed in de slaapkamer, waar wij trachten enige nachtrust te genieten, welnu vergeet dat maar.

Vanochtend gaf ik Guusje in de keuken een bakje eten, Whiskas sardines, daar houdt ze zo van, en ondanks dat Guusje bescheiden en netjes eet hoorde Meis, die over een uitstekend gehoor beschikt, het smikkelen van onze Guus.
Daar komt ze de keuken in gelopen, duwt Guusje bij haar etensbakje vandaan, en begint vervolgens te eten. Guusje kijkt geïrriteerd, maar blaast en gromt niet meer, iets wat ze in de eerste dagen tegen Tootsie en Meis wel deed. Ik geef haar een ander bakje eten en zet dat samen met Guusje op het aanrecht. En Meis die kan eten, met grote happen wordt het bakje leeg gegeten, wat kan die poes eten zeg.
Ja, Guus het is even wennen, maar komt wel goed, denk je niet?

Zomer

De rolhordeur

juli 2001

Het is hartje zomer, de zon schijnt fel aan een strakblauwe hemel. Tootsie en Meis zijn helemaal thuis bij ons en met onze Guusje gaat het prima. Ze kunnen alle drie goed met elkander overweg. Ruzietjes zoals in het begin toen Toots en Meis er pas waren komen niet meer voor, iedereen heeft zijn plaatsje in ons huis gevonden. Ook rond de etensbakjes gaat het gemoedelijk toe. Vrolijk rennen ze al spelend door ons huis en als Guusje het zat is gaat zij gewoon naar buiten en zoekt een heerlijk schaduwrijk plekje in onze tuin op.

guusje buiten

Toets en Meis mogen niet naar buiten, dit komt niet alleen omdat het raskatten zijn, maar nog meer omdat ze nog niet gesteriliseerd zijn en heus drie poezen zijn voor Inge en mij wel genoeg.
Als het zulk prachtig weer is, wil je graag het één en ander in huis aan ramen en deuren open gooien, zo ook de tuindeur. Dit geeft een weliswaar een klein probleem als de éne poes wel naar buiten mag en de andere twee niet, hoe los je dit nu op?

Inge had een lumineus idee, de rolhordeur. Door dit simpele en effectieve gebruiksartikel blijft het vliegend insectenvolk buiten en de poezenpopulatie binnen. Helaas was dat maar zo éénvoudig. Onze tuindeur heeft namelijk geen drempel en om de rolhordeur naar behoren te laten functioneren zijn er twee geleiderailtjes nodig, die zowel boven als beneden gemonteerd dienen te worden. De leverancier van de hordeur, onze plaatselijke ijzerwarenhandel, vertelde dat de onderste geleiderail niet nodig was, hij had het per slot van rekening bij hem zelf thuis ook zonder gedaan. Iedere intelligente poes, en daar hebben we er dus drie van, kan bedenken dat als je je plat maakt en met je kop naar voren eenvoudigweg ónder de rolhordeur door kunt kruipen. Dit moest natuurlijk onmogelijk gemaakt worden, en wel door middel van een plankje van zo'n 15 cm. hoog dat over de gehele breedte van de deur in de sponning geplaatst kan worden.

Het is nu niet meer mogelijk voor een poes het huis via de tuindeur te verlaten. De volgende dag zit ik rustig in de kamer wat te lezen, want waarom zal je dat nu onrustig doen. Ik had Guusje naar buiten laten gaan en de rolhordeur met het plankje nauwkeurig gesloten. Een klein uurtje later komt Guusje vrolijk de kamer in gelopen. Ha die Guus, roep ik nog en op het zelfde moment schrik ik. 'Mijn hemel heb ik de rolhordeur dan toch niet goed gesloten' en haast mij naar de tuindeur toe. Maar de rolhordeur met het plankje is nog net zo gesloten als toen ik het een uur geleden nog gedaan had.

Guusje had al snel ontdekt, dat als je tussen het plankje en de rolhordeur kruipt je heel eenvoudig weer naar binnen kan komen zonder de rolhordeur te openen. Na een intensief onderzoek van Guusje en van mij is gebleken dat je wel van buiten naar binnen kan komen maar gelukkig voor mij niet anders om. Ja, Guusje ik ben blij dat ik zulke intelligente poezenmeiden heb.

De keuringsdienst van waren

September 2001

Het is even namiddag en ik ben in de keuken om een heerlijk Indisch vleesgerecht te bereiden. Sambal Goreng Daging, ofwel pikant gekruid rundvlees. Eerst heb ik de kruiden gemengd, een uitje, een paar teentjes knoflook, beetje trassi, twee eetlepels tamarinde en wat lomboks, snufje zout en suiker.

Daar komen de dames de keuken ingelopen met hun kleine neusjes omhoog geheven. Guusje en Meis stellen zich nu strategisch op zowel links als rechts van mij. Guusje aan de linkerkant en Meis aan de andere kant en beide kijken mij nu vol verwachting aan, "De Keuringsdienst van Waren" heeft zich geïnstalleerd. Tootsie is er niet bij, deze welopgevoede poes vindt het beneden haar waardigheid om met grote smekende ogen een stukje vlees te bemachtigen.

Ondertussen ben ik begonnen het rundvlees in stukjes te snijden zo ongeveer een dobbelsteen groot. Behendig snij ik het vlees en Guusje, voor wie het allemaal te lang duurt, spring via de magnetron op het aanrecht. Nu ontstaat er een kleine strijd tussen Guus en mijzelf en ik probeer met mijn linkeronderarm Guusje bij het zo juist gesneden vlees vandaan te houden. Dit lukt uiteraard niet, waarna ik mijn handen onder de kraan afspoel om daarna Guusje weer op de keukenvloer te zetten. Nu probeert ook Meis, door simpelweg met één sprong van de vloer op het aanrecht te komen, maar dit weet ik nog net te beletten.

Snel snij ik wat kleine stukjes vlees af en werp deze met een wiskundig berekende gooi naar het smachtende stel poezen op de grond. Twee stukjes tegelijk anders krijgen we ruzie in de tent en daar zit ik al helemaal niet op te wachten. Deze handeling herhaalt zich een aantal keren, totdat ik uitroep "het vlees is op meiden". Enigszins wantrouwend word ik nu aangekeken zo van 'je bedondert de zaak toch niet', maar zodra ik het vlees in de pan doet gaat het stel zich met andere dingen bezig houden. Guusje staat voor de jullie nu wel bekende rolhordeur en nadat ik wederom mij handen heb afgespoeld laat ik Guusje naar buiten.

Vrolijk braad ik het vlees aan, maar enige ogenblikken later hoor ik een voor mij nog onbekend vreemd geluid. Daar hangt Meis met al haar flink uit de kluitengewassen klauwen aan de, je raadt het misschien wel, rolhordeur. Deze handeling lag in de lijn der verwachtingen, ja, want zo gek ben ik nu ook weer niet. Op een aardige maar toch gebiedende toon zeg ik, 'Meis wat krijgen we nu, laat dat eens gauw' om haar vervolgens van de rolhordeur te plukken. Het vlees is in de tussentijd wel aangebraden en nu meng ik de kruiden er bij. Voor diegenen onder ons die bekend zijn met het bereiden van een Indische maaltijd zal het wellicht zijn op gevallen dat eerst de kruiden gebakken moeten worden en daarna het vlees, maar heus geloof mij, de door mij beschreven manier kan je het vlees langer aanbraden zonder dat de kruiden verbranden. Meis is de kamer binnengelopen en in de tussentijd kruipt Guusje onder de rolhordeur door weer naar binnen en gaat eveneens naar de kamer. Toots kijkt om het hoekje van de keukendeur, terwijl ik een paar kopjes kokosmelk bij het gerecht doe om het vervolgens enige uren te laten sudderen. Ja, Guusje het is bijzonder plezierig voor ons dat het vlees, de vis en het gevogelte door Meis en jou eerst gekeurd worden, zodat wij verzekerd zijn dat er bij ons op tafel een kwalitatief hoogstaand gerecht geserveerd wordt.

Herfst

november 2001

Het is alweer een poosje geleden dat de herfst haar intrede heeft gedaan. De blaadjes van de heg en van de overige groenvoorziening in onze tuin en er buiten zijn bijna allemaal gevallen. Alleen de kleine eikenboom zit nog in rood-bruingekleurd blad. In deze zelfopgekweekte boom heb ik een aantal weken geleden voor mijn gevleugelde vrienden een paar netjes met pinda's opgehangen.

Ik vind het gezellig dat als ik voor jullie mijn Guusje vertellingen opschrijf er op de achtergrond vrolijk gekwetter en getjilp van musjes en meesjes zacht in ons huis te beluisteren valt. Het inspireert mij bij het schrijven, het brengt bij mij een vrolijke stemming teweeg.

Maar dit jaar niet. Er valt geen vrolijk gekwetter en getjilp te beluisteren, het is stil in de tuin. De netjes met pinda's zijn nog praktisch vol en er is geen vogel, zelfs geen zwaardere soort, zoals de merel, in onze tuin te bekennen. Misschien raden jullie het al, de oorzaak is ons Guusje. Guusje zit verdekt opgesteld half achter de bank die tegen de muur van ons huis staat. Nu komen er één en soms twee musjes aangevlogen en die denken, hè daar hangt een pindanetje in de kleine eikenboom. Ze wippen van tak op tak en arriveren dan bij de lekkernijen en als ze dan een paar hapjes genomen hebben gebeurt het.

Eerst trekt Guusje een enigszins verwrongen bekje en miauwt er geluidloos bij. Dan stampen haar pootjes zachtjes op de tegels van het terras, om vervolgens met enkele krachtige sprongen tegen de onderkant van het boompje te belanden. Voor ze in het boompje klimt denkt het kleine gevleugelde propje," hé een poes", en vliegt weg. Guusje vol van adrenaline klimt of haar leven er van af hangt nu tot in de top van het boompje. Het is mij weer gelukt, denkt ze tevreden en kijk vergenoegd om zich heen. Na deze geweldige krachtsinspanning klimt Guusje weer naar beneden om zich vervolgens bij de keukendeur te melden. Ja, daar krijg je honger van.

Als ik haar dan, en daar kan wel wat tijd overheen gaan eer ik het door heb, binnen laat, zijn ook de beide andere poezen in de keuken gearriveerd. Poezen hoef je nooit voor het eten te roepen. De hele dag en wel vierentwintig uur lang denken ze aan eten en luisteren met gespitste oortjes of er iemand toevallig naar de keuken gaat. Binnen een fractie van een seconde staan ze alledrie al om je benen te draaien met een blik van 'ik heb zo'n honger, baas'. Ik trek dan maar weer een blikje open en vul ook nog eens een bakje met brokjes; stel dat ze niet genoeg krijgen. Twee van die grote Maine Coons die lusten nogal wat maar het is mij opgevallen dat onze kleine Guusje niet voor ze onder doet. Wat kan zij eten zeg, het is goed dat ze het buiten zo druk heeft met het wegjagen van de mij zo gewaardeerde vogeltjes, anders zou ze wellicht geheel dichtgroeien.

Toen ik laatst bij de dierenwinkel blikjes kattenvoer kocht en het bij het winkelmeisje achter de toonbank afrekende vroeg zij of ik nog pindanetjes en vetbolletjes voor de vogels nodig had. Nee, dankjewel, antwoordde ik beleefd, deze winter geen pindanetjes of vetbolletjes. Wij weten wel beter, hé Guusje.

Boefje

Als een stel verveelde schoolkinderen lopen ze achter mij aan door het huis. Guusje parmantig voorop, gevolgd door Toots, meer slenterend, en Meis die geïnteresseerd om zich heen kijkt. Guusje leeft zich doorgaans buiten uit, zoals jullie al hebben kunnen lezen, maar Meis echter doet dat natuurlijk in ons huis. Overal, vooral onder en achter kasten, in kleine niet opvallende hoekjes ligt speelgoed. Muizen met een belletje, harde en zachte balletjes, maar ook gewone gebruiksvoorwerpen zoals wasbolletjes, oortelefoontjes en dergelijke. Meis kan overal mee spelen. Ze kan zelfs apporteren met haar favoriete speelgoed een soort aluminiumfolie-achtig balletje. Dit balletje dient tussen duim en wijsvinger weg geschoten te worden en Meis stort zich dan op dit vliegend kleinood. Ondanks dat het een meisje is gedraagt ze zich meer als een kwajongen. Met haar clowneske kopje, beetje brutaal en met ons Guusje vergeleken enorme poezenklauwtjes rent ze al spelend door het huis.

Elk klauwtje telt, zoals bij poezen, vier stilettoscherpe nagels, tweemaal zo groot als bij de doorsnee huis-tuin-en-keukenpoes. Met een huis, tuin en keukenpoes bedoel ik niets negatiefs, zeker niet. Iedere poes is uiteraard wat betreft zijn of haar karakter “uniek”. Laat daar geen misverstand over bestaan. Conclusie: er bestaan geen gewone poezen.

Meis gebruikt haar klauwtjes niet om haar zeggenschap in huis te vergroten. Een poot naar ons uitslaan is haar vreemd. Zulke klauwtjes worden slechts gebruikt om hoog in de gordijnen te klimmen. Het liefst tot aan het plafond. Dat mijn vrouw en ik dat niet zo kunnen waarderen behoeft geen betoog. Vanuit mijn fauteuil roep ik allerlei min of meer vriendelijke woorden naar haar en zwaai driftig met mijn armen. Tegen Maine Coons dient men zacht en vriendelijk te blijven. Meis kijkt me dan met grote verwonderde ogen aan, ik moet dan uitkijken dat ik niet in de lach schiet. Ik kan er niets aan doen maar als zij je aan kijkt kan je niet driftig blijven. Haar gezichtsuitdrukking is in een woord ontwapenend te noemen. Dan, net zo snel als ze in het gordijn geklommen is, stort ze zich in ware doodsverachting naar beneden. Haar ogen zoeken dan alweer naar de volgende uitdaging. De vaas met bloemen die op tafel staat is haar volgende doel. Behendig word er een poot door de fragiele stelen gehaald. Knap zegt het steeltje. Beleefd vraag ik of zij dat wil laten. Hetgeen ze tot mijn stomme verbazing ook doet.

Nu loopt zij naar mij toe en gaat naast me op de leuning van de bank zitten. Ze kijkt me met vragende ogen aan waarin te lezen staat “heb je soms een lekker snoepje voor mij, ik ben reuze gehoorzaam hoor.” Nou kan je dat gewoon negeren, maar nu begint ze het kastje dat achter mijn fauteuil en naast de bank staat leeg te halen. Ze weet namelijk dat in het bovenste rechte laatje de Felix-snoepjes zitten. Daar valt een balpen op de grond gevolgd door een wegwerpaansteker. Ik geef haar het zo begeerde Felix-snoepje dat smakelijk verorberd wordt en ik raap de balpen en aansteker van de grond. Tevreden loopt ze weg in richting van de keuken. Daar komt Guusje vanuit de keuken de kamer binnengelopen. Meis trakteert haar op een vriendelijk onthaal dat al snel in een pootgemeen uitloopt. Daar rollen beide dames over de vloer. “Meiden toch”, roep ik uit. Als Guusje het stoeipartijtje gewonnen heeft rent Meis weg in de hoop dat Guusje haar achterna komt. Maar Guusje kijkt mij aan en vraagt “mag ik alsjeblieft naar buiten baas?” Ik sta op een laat haar via de keukendeur de tuin in gaan. Toots heeft alles vanaf de tafel gadegeslagen. Nu de rust weer is wedergekeerd zoekt Meis een vensterbank op en komt Toots naast mij zitten. Ja Toots, die jonge meiden ook.

Het badkamerraam

april 2002

Als ik 's morgens klaar ben in de badkamer, die op de begane grond is, open ik het raampje om de frisse buitenlucht binnen te laten. De vochtige lucht, die naar zeep en deodorant ruikt, geef ik daardoor de gelegenheid geeft naar buiten te stromen. Vraagje, hoe weet de frisse buitenlucht nu dat hij in mijn badkamer moet stromen en de vochtige binnenlucht naar buiten? Ik ga de badkamer uit de slaapkamer in om mij van de nodige kledingstukken te voorzien. Ik neem aan dat de meeste buren, mij het liefst gekleed door het huis zien gaan.

Terwijl ik mij aan het aankleden ben komt Guusje de slaapkamer binnengelopen. Zij kijkt mij aan met een blik van: 'zielig waarom neem je dan ook geen pels'. Ergens heeft ze gelijk wat zou het niet makkelijk zijn 's morgens na het opstaan gewoon een borstel door je vacht te halen en klaar is kees. De deur van de badkamer staat een iets wat open om de poezen doorgang te verlenen om naar de daar geplaatste kattenbak te gaan. Nu komen ook Toots en Meis binnen. Ook zij kijken mij aan. Het gehele poezengezelschap gaat nu de badkamer in. Dat ze met zijn alle gebruik van de kattenbak moeten maken lijkt mij sterk. Laat staan dat ze zich uitgebreid gaan douchen. Dan na ongeveer vijf minuten hoor ik een vreemd geluid, wat ik niet één twee drie kan thuisbrengen. Ik kijk om mij heen en probeer al luisterend er achter te komen wat en waar het vreemde geluid vandaan komt. Rits, rats hoor ik telkens weer. Dan schiet mij iets te binnen. Guusje is een echte buitenkat de twee andere, Tootsie en Meis zijn beide poezen die misschien wel graag buiten zouden komen, maar omdat het raskatten zijn, ik het hun verboden heb. Rits, rats klink het weer. Dan denk ik aan het openstaande badkamerraam. Snel begeef ik mij naar de badkamer, daar zijn in ieder geval geen poezen meer aanwezig. Ik ga naar het openstaande raam en dan zie ik dat Guusje triomfantelijk midden in de tuin staat.

Toots kijkt nieuwsgierig om zich heen en Meis probeert via de klimop, die langs het badkamerraam groeit, zich weer in veiligheid te brengen. Gauw het huis weer in weg van die enge buitenwereld. Ik haast mij naar de tuindeur van de keuken om het poezenvolk weer naar binnen te laten. Meis doet nog een verwoede poging om naar binnen te klimmen. Rits, rats. Dan ziet ze dat Toots naar binnen rent en volgt dat voorbeeld, Guusje in verbijstering buiten achterlatend. Nu zijn we met ze allen buiten om leuke dingen te gaan doen, denkt Guusje, en nu rennen jullie alweer naar binnen. Gauw maar wat eten voor de schrik vinden beide en draaien om mij heen. Dat was weer een heel avontuur.

De trouwe lezers van Guusjes homepage kunnen zich wellicht één van de eerste verhalen herinneren. Guusje klom toen overal op ook op de beide boekenkasten in de woonkamer. Meis doet dat nu ook maar dan in de slaapkamer. Daar staat, zoals bij de meeste mensen thuis een linnenkast. Die van ons telt zes schuifdeuren, drie grote beneden en drie kleinere boven. Als je bovenop de linnenkast zit kan je heel gemakkelijk met één van je pootjes deze deurtjes openschuiven. Hierna hang je op je kop naar beneden waarna je het aanwezige textiel met beide pootjes gemakkelijk met uitgestoken nagels uit de kast op de grond kan gooien. Als je er dan wat plaats heb gemaakt kan je als je geluk heb in het kastje gaan zitten en dat is natuurlijk dikke pret. Meestal lukt het net niet en dan hang je als poes met je voorpoten aan de kast wat niet al te plezierig is. Hierna laat je je in ware doodsverachting maar naar beneden vallen en meestal komt je dan wel weer op je pootjes terecht. Dat is per slot van rekening des kattens. Ja Meis, ik hou mijn hart al weer vast wat je volgende ontdekking zal zijn.

De kamikazemuis

Zie ik het nu goed, loopt daar iets van de vitrinekast naar hoek van de kamer? Meis komt geïnteresseerd aangelopen, inspecteert eerst de vitrinekast en vervolgens loopt ze al snuffelend naar de hoek. Blijft daar enige tijd zitten maar komt tot het besluit wat anders te gaan doen. Eerst twijfel ik, maar komt dan tot de conclusie dat er iets geweest moest zijn. Waarom zou anders Meis er dan op afgelopen zijn. We vergeten 'het' maar weer om ons met allerlei anderen zaken bezig te houden.

De volgende dag zit ik op mijn gemak in de kamer en Tootsie zit al pratend naast mij. Toots heeft het over van alle, alleen ik versta slechts miauw, waaw, prrrr en dergelijke. Ik antwoord uiteraard terug met, ha Tootsie en dag meisje. Ze zal wel denken hij begrijpt er ook niets van. Vaak betekent het alleen "ik heb trek", want honger kan ze onmogelijk hebben. En als ik haar dan wat eten geef, likt ze slechts de saus van de brokjes af. De rest van het eten is voor Guusje en Meis die het restant mogen opeten. Rangen en standen, je kent dat waarschijnlijk wel. Toots krabt achter haar oor en dan gebeurt het weer. Alleen nu aan de andere kant van de woonkamer. Achter het TV-meubel vandaan schiet een zwartachtig bolletje richting de boekenkast om daar achter te verdwijnen. Toots springt op, slipt met haar donzen voetjes over de plavuizen, om vervolgens bij de boekenkast neer te ploffen. Haar reusachtige staart zwaait heen en weer. Als zij aandachtig het plaats delict bestudeert komt Meis haar assistentie verlenen. Beiden zoeken en besnuffelen uitgebreid de omgeving van de boekenkast.

Het muisje met kamikazeachtige trekjes, dat kan niet anders met drie poezen in huis, was zich hoogstwaarschijnlijk aan het ravitailleren. Aan de andere kant van het TV-meubel woont namelijk, in een hokje, het konijn die naar de naam Ferry luistert, althans dat denken we dat het luistert. Ferry liep enige jaren geleden aan de overkant van de straat. Bij toeval zag ik hem lopen en riep mijn vrouw met de mededeling 'volgens mij loopt daar een konijn.' Oh, sprak zij en spoedde zich naar de keuken om zich naar buiten te begeven. Ik riep haar nog achter na 'neem een worteltje mee' waarvan ik wist dat er een paar in de koelkast lagen. Zo gezegd zo gedaan en weldra kwam mijn vrouw weer binnen met een groot konijn in haar armen. 'Snel een hokje, riep ze, er staat er nog wel een op zolder.' Dit is nu de reden dat er bij ons thuis er een konijn woont. Het is welbekend dat een konijn vegetarisch is, maar ook muizen houden van zo'n heerlijk hapje konijnenvoer. Vandaar dus dat het kamikazemuisje twee poezen trotseerde.

Ondertussen wachten Tootsie en Meis bij de boekenkast hopende dat het muisje zich nog eens zal manifesteren. Poezen kunnen enorm geduldig zijn, zij het dat er enig gevaar in schuilt dat ze tijdens het geduld uitoefenen wel eens in slaap kunnen vallen. Ook onderschatten ze de intelligentie van het muisje, dat achter de boekenkast doorloopt en aan de andere kant op een holletje het huis verlaat, elders nagenietend van de heerlijk maaltijd die het genoten heeft. Ik heb het muisje niet meer gezien in huis. Het is natuurlijk heel goed mogelijk dat het muisje zonder vrees toch ten prooi is gevallen aan ons Guusje, die op het tijdstip van de ontvreemding van het konijnenvoedsel zich buiten in de tuin bevond. Wellicht heeft het pientere kamikazemuisje zich misrekend. Hij had niet drie, maar slechts twee poezen geteld.

Willem

Dit is Willem. Willem is een Golden Retriever en is nu alweer 5 jaar oud. Ik heb Willem gekocht toen hij een puppy was. Hij is geboren in Oss. Hij was toen pas 8 weken oud en hij was een echte Page pup. Omdat ik een volwassen naam bij zo’n kleine pup maar raar vond klinken, heb ik hem Slush Puppy genoemd, voor intimi “puppy”.

Puppy was meteen al dol op zwemmen. Zijn eerste aanvaring met een sloot was meteen een beste. Als pup zwom hij hier de hele kade af. Zwemmen is zijn lust en zijn leven. De eerste confrontatie met de zee was minder. Onoplettend als hij is werd hij overvallen door een grote golf en ging kopje onder! Daarna was de angst er snel van af en zwom hij tot hij niet verder kon. Menigmaal hebben we het vliegtuig moeten pakken omdat meneer was gesignaleerd in Hastings, Groot-Brittannië.

 

Hier was Puppy 1 jaar oud. Zijn eerste tocht naar Groot-Brittannië. Al kort na zijn geboorte ging pup op avontuur uit. Het was in de zomer van 2004. Nietsvermoedend liet ik Puppy op het strand van Scheveningen uit. Het was een mooie zomerdag met een temperatuur die rond de 21 graden schommelde. Puppy was wel erg geïnteresseerd in de vogels die hij zag zwemmen in zee. Ineens trok hij een sprint door het water. Hij had blijkbaar een voor mij onzichtbaar onderonsje met een van de zeemeeuwen. Ik rende nog achter hem aan de zee in, maar de overtocht was al in volle gang.

Kort daarna ben ik hem uit het oog verloren. 3 weken lang heb ik gezocht naar Puppy, asiels afgelopen, dierenwinkels… slagers.. enzovoort, enzovoort. En ondertussen zwom Puppy, en hij zwom, en hij zwom…

Na zes weken onafgebroken te hebben gezwommen schijnt Puppy gesignaleerd te zijn. In Hastings, Groot-Brittannië. Mensen hebben hem, enigszins uitgeput, maar toch nog steeds opgewekt en vrolijk aan zien komen in Hastings.

 

 

Er is zelfs een foto van gemaakt, hij is slecht dat wel, maar het is Puppy, ik heb hem ontvangen van een mevrouw die haar eigen hond op het strand uit liet…

Vrijwel direct is zij hem ook uit het oog verloren en is hij de stad ingegaan, zo het schijnt. Omdat hij dol is op winkelen heb ik affiches laten ontwikkelen die door heel Hastings centrum zijn opgehangen. Kort daarop ben ik gebeld: Puppy was wederom gesignaleerd! Hij was met wat teven die hij ogenschijnlijk onderweg had opgepikt, een biertje gaan drinken in een van de local pubs! Hieronder zie je het affiche….

Meneer scheen een hapje en een drankje te hebben gedaan en had voorgesteld of een van de teven wellicht zin had om samen met hem de terugreis naar Nederland te ondernemen. De teven schenen ongeïnteresseerd te zijn geweest en zouden Pup op zijn plaats hebben gezet. Als een razende heb ik het vliegtuig gepakt naar Hastings, Pup had behoefte aan de troost van het vrouwtje. Afgewezen worden door wat Engelse teven is NIET leuk. Daar aangekomen heb ik Pup in staat van een pasgeboren schaap uit de pub moeten sleuren. Samen zijn we teruggevlogen naar Nederland.

Binnenkort meer over uw held.

Nancy Horstkamp

GUUSJE'S AVONTUREN©

guusje

verhalen over guusje, haar vriendjes en vriendinnetjes

webdesign inge wilkens 2009 | op alle foto's rust uiteraard een copyright | laatste update 01.02.2009